Column: Met de auto naar Parijs?
Een column van onze redacteur Marloes Smit.
“Je moet nergens bang voor zijn, autorijden is durven.”, zo vertelt mijn rij-instructeur Henk. Hij lacht en neemt een hap van zijn boterham leverworst, terwijl we de smalle Utrechtsestraat in Amsterdam inrijden.
‘Nergens bang voor zijn’, woorden die nog regelmatig door mijn hoofd spelen.
Dit doen ze als ik over voorrang twijfel of wanneer er een vrachtwagen op mij af stormt. Woorden die ook dit weekend door mijn hoofd zullen spelen, als ik toer door de stad van de liefde…Parijs.
Parijs een wereldstad, waar het bovenal een verkeerschaos schijnt te zijn. Hier geldt ‘het recht van de sterkste’, zo lees ik in een toeristenboekje. Op diezelfde bladzijde wordt mij geadviseerd om beter niet door de binnenstad te rijden. En ook mijn moeder heeft weinig vertrouwen in mijn autotrip. “Je lijkt wel gek, dat is vragen om moeilijkheden”, zo zegt ze, terwijl ze haar hoofd schudt.
Misschien komt het wantrouwen van mijn moeder uit het feit dat ik nog geen jaar mijn rijbewijs heb, maar mijn hotel is inmiddels al geboekt. Hoewel mijn moeder dus zegt dat ik er spijt van ga krijgen, denk ik alleen aan de woorden van Henk.
‘Je moet nergens bang voor zijn, autorijden is durven’, dat zal in Parijs toch niet anders zijn? Je leert door te ervaren, toch?
Om even te oefenen rij ik - met een Frans muziekje op - nog eens door de binnenstad van Amsterdam. Hier kom ik regelmatig, maar vandaag is het wel érg druk. Langzamerhand begin ik over mijn ‘Patrijstripje’ toch een beetje te twijfelen. Moet ik niet gewoon met de trein gaan? Sta ik straks niet midden in Parijs bumper aan bumper met een boze Fransman, die geen woord Engels spreekt?
Op dat moment hoor ik Edith Piaf uit mijn boxen komen. 'Non, Je Ne Regrette Rien': Nee, van niets heb ik spijt.
En ik denk aan Henk: autorijden is durven.
Dag Amsterdam et Bonjour Paris.
