Nieuwe medewerkers promoten werkgever graag
Rijschoolhouders en rijinstructeurs in loondienst zijn het visitekaartje van de rijschool. Maar dat niet alleen. Uit een onlangs verschenen onderzoek van Effectory blijken nieuwe medewerkers uitstekende ambassadeurs te zijn om nieuw personeel te werven. Rijschoolhouders kunnen dus goed gebruik maken van nieuwe rijinstructeur om nog meer talent aan te trekken.
Bijzonder positief
Uit het onderzoek dat is uitgevoerd onder 280.00 medewerkers in Nederland valt te concluderen dat kersverse personeelsleden in hun eerste jaar bijzonder positief zijn over hun nieuwe werkgever. Van alle medewerkers die minder dan één jaar in dienst zijn, raadt ruim 86 procent de werkgever aan bij vrienden en kennissen. Ze zijn trots op de organisatie (78 procent) en tevreden over hun werkzaamheden (90 procent). Ook zien ze hun collega’s helemaal zitten (89 procent), evenals hun leidinggevende (85 procent).
Tekort rijinstructeurs
Nieuwe rijinstructeurs blijken dus ontzettend interessant om het juiste talent aan te trekken. “Deze medewerkers hebben de selectieprocedure al succesvol doorlopen. Ze passen bij de organisatie en kunnen goed inschatten wie in hun kennissenkring ook in het plaatje past”, vertelt Guido Heezen, directeur en oprichter van Effectory.
Uit een eerdere rondvraag verricht door RijschoolVandaag blijkt dat momenteel veel rijscholen problemen ervaren bij het opvullen van hun vacatures. Het is voor rijschoolhouders met name lastig om kwalitatief goed opgeleide instructeurs te vinden. “Wij hebben voor de komende twee jaar nog zeker 25 rijinstructeurs nodig, maar het is moeilijk om aan fatsoenlijke instructeurs te komen”, aldus Lex Wierks van Verkeersschool Wierks.
Houd goed contact
Heezen raadt werkgevers zoals rijscholen aan om in contact te blijven met nieuwe mensen, zodat ze hun werk goed kunnen doen en begrijpen hoe de organisatie functioneert. Een instroomonderzoek kan hierbij helpen. “Het is waardevol om hierin te investeren, zodat nieuwe medewerkers met plezier aan de slag kunnen en ze hun enthousiasme tegelijkertijd met de buitenwereld kunnen delen”, stelt Heezen.
