Twijfels over uitkomsten onderzoek 2toDrive
Volgens minister Schultz is het experiment 2toDrive succesvol. SWOV (Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid) is echter sceptisch over het effect van 2toDrive op de verkeersveiligheid en noemt de evaluatie "niet eenduidig" en "onduidelijk".
Ruim 30.000 jongeren deden mee aan het onderzoek van de SWOV over ongevalsbetrokkenheid en verkeersovertredingen in de eerste periode van zelfstandig rijden. Dat is één derde van het totaal aantal 2toDrivers. Naar verhouding hebben meer meisjes dan jongens meegedaan aan het onderzoek. Naar aanleiding van de uitkomsten van de evaluatie is het niet mogelijk om overtuigend vast te stellen of 2toDrive een bijdrage levert aan de verkeersveiligheid.
Het effect op verkeersveiligheid is onduidelijk
“We kunnen niet uitsluiten dat het verschil in risico tussen regulier opgeleide bestuurders en 2toDrivebestuurders op toeval berust…Ook is het niet bij voorbaat uit te sluiten dat vooral de ‘veiligere’ of juist de onveiligere jongeren met het onderzoek hebben meegedaan. Het gevonden effect zou dan wel eens een onderschatting of juist een overschatting kunnen zijn.”
Uitkomst onderzoek wordt in twijfel getrokken
2toDrivers hebben een beduidend lager ongevalsrisico (het aantal ongevallen
per afgelegde kilometer), maar uit cijfers van de rapportage blijkt dat reguliere rijbewijsbezitters
veel meer afstand afleggen waardoor de uitkomst van het onderzoek in twijfel wordt gebracht. “De afgelegde afstand verschilt echter zoveel per persoon, dat we niet kunnen uitsluiten dat het verschil in risico tussen regulier opgeleide bestuurders
en 2toDrivebestuurders op toeval berust. Het effect van 2toDrive op overtredingsgedrag is evenmin eenduidig.”
Wel komen de cijfers min of meer overeen met ervaringen uit het buitenland: in Zweden daalde het ongevalsrisico van de groep begeleidrijders over twee jaar met ongeveer 40%, en in Duitsland daalde dit risico met 16 tot 30%.
Verder blijkt uit de evaluatie dat 18% van de 2toDrivers wel eens zonder begeleider heeft gereden tijdens de fase van begeleid rijden, van wie het merendeel dit overigens ‘vrijwel nooit’ deed. Van de jongeren die niet hebben meegedaan aan 2toDrive gaf 48% aan wel eens zonder rijinstructeur te hebben gereden voordat zij een rijbewijs hadden. Beide groepen deden dit voornamelijk op privéterrein of bos- en landweggetjes.
Invulling en begeleiding zijn van groot belang
Helaas worden niet overal positieve effecten gemeten. Het gebrek aan effect is volgens de rapportage veelal afhankelijk van de invulling van het begeleid rijden, zoals het aantal afgelegde kilometers. Daarnaast is de variatie van de ritten en de kwaliteit van de begeleiding van belang op het effect van 2toDrive.
Hoe gaat het SWOV verder?
“Bij deze studie zijn we tegen een onvoorzien probleem aangelopen: de verschillen in kilometrage bleken dermate groot te zijn dat het niet mogelijk was daar goed voor te corrigeren. Verder onderzoek richt zich op het ontwikkelen van een model dat hier wel goed voor corrigeert. Daarnaast beperkt deze studie zich tot een deel van de jonge automobilisten, namelijk de 30% die de vragenlijst heeft ingevuld. Dit is een heel redelijk responspercentage, maar het is niet uit te sluiten dat dit vooral de ‘veiligere’ of juist de ‘onveiligere’ jongeren zijn. De gevonden verschillen in risico zouden daarom best een onderschatting of juist een overschatting kunnen zijn.“
Bron: onderzoeksrapport SWOV
