RDW raadt scherm tussen bestuurder en leerling af
De RDW raadt het plaatsen van een scherm tussen de bestuurder en de bijrijder in de auto af. De overheidsdienst voor geeft aan dat dat veel risico's met zich mee brengt. Ook het CBR ziet af van het gebruik van schermen.
Het RDW deed in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) onderzoek naar de veiligheid van afscherming in personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s. Het CBR had TNO gevraagd onderzoek te doen naar beschermingsmiddelen in examenvoertuigen.
RDW
Het RDW geeft aan dat het plaatsen van afscherming tussen de bestuurder en de bijrijder met risico’s met zich meebrengt. Het plaatsen van afscherming tussen de eerste en tweede zitrij is wel mogelijk, mits er aan diverse veiligheidsvoorschriften is voldaan.
Die veiligheidsvoorschriften zijn:
- de goede werking van veiligheidssystemen mag niet worden gehinderd, bijvoorbeeld de veiligheidsgordel en airbags;
- er moet een rechterbuitenspiegel zijn gemonteerd (dit is al verplicht voor voertuigen in gebruik genomen na 25 januari 2010);
- er mag geen sprake zijn van nadelige invloed op het zicht, door bijvoorbeeld schittering, vertekend beeld of gebrekkige ontwaseming;
- het moet mogelijk blijven de auto snel te kunnen verlaten. De afscherming mag de doorgang naar buiten niet belemmeren;
- het materiaal van de afscherming mag niet leiden tot lichamelijk letsel bij een aanrijding, bijvoorbeeld door versplintering van het scherm in scherpe delen; polycarbonaat of gelijkwaardig materiaal versplintert niet of zeer moeilijk in scherpe delen. Het gebruik van plexiglas voldoet hier niet aan, omdat het kan breken of scheuren waarbij scherpe randen kunnen ontstaan die mogelijk verwondingen veroorzaken;
- de afscherming moet deugdelijk bevestigd zijn en mag niet los op een zitplaats rusten.
CBR
CBR laat ook weten dat het afziet van het gebruik van schermen in examenvoertuigen. De toepassing van harde schermen of schermen van flexibel folie vermindert de kans op besmetting door hoesten en niezen, maar heeft weinig effect op besmetting door ademen en praten. De kans op indirecte overdracht wordt mogelijk vergroot, doordat het virus achterblijft op de schermen. Daarnaast leveren de schermen extra risico’s op voor het zicht en voor verwondingen bij ongevallen.
Het dragen van een mondkapje gaat wel door bij het CBR. Volgens TNO verkleint het de kans op besmetting, zowel bij hoesten en niezen als bij ademen en praten. Daarnaast wordt de kans op indirecte besmetting kleiner doordat neus en mond niet of met moeite met de handen kunnen worden aangeraakt. Hierbij worden de risico’s nog verder teruggedrongen bij gebruik van bril, handschoenen en reinigingsmaatregelen. Daarnaast ziet TNO het ventileren van het voertuig, als een belangrijke voorzorgsmaatregel om de besmettingskans verder te verkleinen.
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek continueert het CBR het gebruik van mondkapjes door zowel examinator als kandidaat tijdens de examenrit. Ook blijft het CBR handschoenen en veiligheidsbrillen ter beschikking stellen aan zijn medewerkers.
