Startdocument Bovag
Na de VRB en de FAM heeft ook Bovag Rijscholen nu een vervolgdocument opgesteld over hoe volgens hen de nieuwe WRM eruit zou moeten zien. We benoemen hieronder de vijf belangrijkste punten.
Vooropleiding omhoog
Allereerst ziet Bovag Rijscholen graag dat het niveau van de vooropleiding omhoog wordt geschroefd naar MBO 3. Op dit punt wijkt Bovag Rijscholen volledig af van alle andere branchepartijen. Omdat een VMBO-diploma ook toegang geeft tot een MBO 3-opleiding lijkt een aanpassing op dit vlak op voorhand derhalve niet haalbaar.
Daarnaast wil Bovag Rijscholen dat kandidaten de rijproef voorafgaand aan de opleiding afleggen. Het examen kan volgens hen afgenomen worden door het IBKI of het CBR. Dat laatste is opvallend, omdat tot op heden IBKI het enige instituut was dat de WRM-examens af mocht nemen. Ook is Bovag via een ingewikkelde constructie aandeelhouder van IBKI. Op dat instituut is echter de laatste tijd veel kritiek geweest.
Ondernemerschap
Bovag pleit net als de andere brancheorganisaties voor een module over het ondernemerschap. Veel rijinstructeurs starten direct na hun opleiding met een eigen rijschool, maar vaak ontbreekt het ze aan de nodige kennis. Het toevoegen van een module ondernemerschap geeft kandidaten deze nodige kennis, bijvoorbeeld op het gebied van administratie en marketing. Volgens Bovag Rijscholen kan de extra module leiden tot professionelere opleidingen.
Verplichte contactdagen
Verder ziet Bovag Rijscholen graag dat rijinstructeurs in opleiding verplicht worden gesteld aan minimaal zes contactdagen. Te veel kandidaten bereiden zich nu nog voor zonder dat daar een opleider aan te pas komt. Dat is voor Bovag Rijscholen een onwenselijke situatie. Het vak van rijinstructeur is een ervaringsvak. Kennis over onder andere normen en waarden zijn moeilijk over te brengen zonder een opleiding. Reflectiemomenten en regelmatig overleg met medecursisten en docenten zijn belangrijk voor het verkrijgen van meer inzicht in het vak en het opzetten van een eigen onderneming.
Meer stage
Naast 35 uur actief les te geven aan de kandidaat-instructeur, is het de wens van Bovag Rijscholen om de kandidaat ook 35 uur mee te laten rijden met een gediplomeerde rijinstructeur en stagementor. Dit leert de kandidaat veel over hoe kennis overgebracht moet worden tijdens een les, zowel over het voertuig als over het verkeer. “Passief meerijden is even educatief als actief lesgeven,” zo stellen zij.
Meer bijscholing
Tot slot pleit Bovag Rijscholen voor een uitbreiding van de bijscholing voor rijinstructeurs met een praktische bijscholingsdag. Ook willen ze dat elke bijscholing officieel wordt afgetoetst.
Het vervolgdocument is voor Bovag Rijscholen aanleiding om met het CBR, het IBKI en het ministerie om tafel te gaan.
