VS verplicht dat auto's met elkaar kunnen 'praten'
De overheid van de VS wil autofabrikanten gaan verplichten voertuig-tot-voertuigtechnologie in auto's te bouwen. Dergelijke technologie is een eerste stap naar zelfrijdende auto's.
De Amerikaanse overheid wil autofabrikanten op termijn verplichten om personenauto's en lichte vrachtwagens uit te rusten met apparatuur waardoor voertuigen elkaar kunnen 'zien' en met elkaar kunnen 'praten'.
"Wij willen de automobielindustrie een krachtig signaal geven dat voertuig-tot-voertuigtechnologie volgens ons de toekomst is", zei de Amerikaanse minister van verkeer Anthony Foxx maandag op een persconferentie.
Een radiobaken moet continu informatie over een voertuig uitzenden, zoals positie, koers en snelheid. Auto's krijgen dezelfde informatie van andere voertuigen terug en een boordcomputer moet de bestuurder waarschuwen wanneer een botsing dreigt.
Als fabrikanten daarvoor kiezen zullen sommige systemen automatisch ingrijpen om een aanrijding te voorkomen.
Het kan nog wel een paar jaar duren voordat autofabrikanten de nieuwe technologie verplicht moeten inbouwen. Foxx zei dat hij de zaak wel rond wil hebben voordat president Barack Obama begin 2017 afzwaait.
Andere auto's
"Het zal autorijden zoals wij dat kennen na verloop van tijd veranderen", zegt Scott Belcher, president van de Intelligent Transportation Society of America. "Wij zullen na verloop van tijd een afname van het aantal ongelukken zien. Autofabrikanten zullen auto's anders ontwerpen en bouwen, omdat ze niet langer auto's hoeven te bouwen om een botsing te overleven, maar ze bouwen om botsingen te vermijden."
Auto's zullen door de nieuwe technologie 100 tot 200 dollar duurder worden, maar dat zal waarschijnlijk door een lagere verzekeringspremie ruimschoots goed worden gemaakt.
De autofabrikanten zijn enthousiast over de voertuig-tot-voertuigtechnologie, maar zien ook problemen op het gebied van techniek, veiligheid en privacy die eerst moeten worden opgelost.
De veiligheidsvoordelen kunnen pas worden bereikt wanneer er voldoende auto's en vrachtwagens met de nieuwe technologie zijn uitgerust. Het kan 15 jaar of langer duren voordat de helft van het wagenpark in de VS ervan is voorzien.
Volgend jaar ongetrainde Nederlanders in zelfrijdende auto
"Normale consumenten gaan over ruim een jaar in zelfrijdende auto's de Nederlandse weg op om te kijken hoe ongetrainde mensen met de besturing omgaan." Dat vertelt Riender Happee, onderzoeker van de TU Delft en leider van het Dutch Automated Vehicle Initiative (DAVI), in een interview met NUtech.
Tot nu toe hebben vooral experts in de zelfrijdende auto gereden. Op die manier wordt de technologie in het voertuig getest. De menselijke kant van het verhaal is ook van groot belang, benadrukt Happee.
Zo moet er worden gekeken of mensen wel alert genoeg blijven als de auto het werk doet, wat er gebeurt als de automatische piloot de auto niet meer zelf kan besturen en of bestuurder zich wel veilig blijft voelen.
Volgafstand
"Uit simulatortests blijkt dat bestuurders net iets minder adequaat en snel reageren als ze daarvoor in een zelfrijdende auto hebben gezeten. We gaan precies meten hoeveel seconde het duurt om de betrouwbaarheid weer terug te krijgen", vertelt Happee.
Ook gaan de onderzoekers kijken wat consumenten vinden van een korte volgafstand. Door zelfrijdende auto's dichter op elkaar te laten rijden gaat de wegcapaciteit flink omhoog en het brandstofverbruik naar beneden.
Het kan echter ook een onprettig gevoel veroorzaken om zo dicht op de voorganger te rijden. "Je kan natuurlijk altijd het stuur overnemen", stelt Happee.
2020
Tot slot zal er worden gekeken naar hoe de bestuurder gewaarschuwd kan worden als hij het stuur moet overnemen. Als het heel hard gaat sneeuwen of de verkeerssituatie te ingewikkeld is, moet de auto de controle op een veilige manier teruggeven aan de bestuurder.
Diverse autofabrikanten verwachten de eerste zelfrijdende auto's in 2020 te verkopen, maar dan zal de bestuurder nog redelijk alert moeten zijn. "Dat wil zeggen dat je de ogen van de weg mag houden, maar in een redelijke tijd het stuur moet kunnen overnemen", aldus Happee.
De auto's worden bijvoorbeeld uitgerust met camera's die monitoren of de bestuurder nog wel voldoende alert is. Dat moet voorkomen dat de bestuurder bijvoorbeeld in slaap valt als de auto aan het rijden is.
In Nederland leidt de TU Delft het Dutch Automated Vehicle Initiative (DAVI). Samen met TNO, de rijksdienst voor het wegverkeer (RDW), Connekt, andere universiteiten en industriële partners.
Zelfrijdende auto's hebben volgens Happee grote voordelen. "Uit schattingen blijkt dat het brandstofverbruik met 20 procent omlaag kan en er veel minder ongelukken zullen zijn. Bovendien kan de wegcapaciteit verdubbelen", aldus de onderzoeker.
Het uiteindelijke doel is om nul verkeersdoden te behalen.
Ook het gemak voor de bestuurder is een pluspunt aan zelfrijdende auto's. "Bijvoorbeeld tijdswinst. Je kan andere dingen gaan doen in de auto. Dat is een heel groot voordeel", meent Happee.
Bron: NU.nl
