CBR onderstreept toegevoegde waarde RIS

CBR

Het CBR benadrukt dat zij de toegevoegde waarde van de Rijopleiding in Stappen onderstrepen en routes gaan verkennen om ervoor te zorgen dat er een passend vervolg komt van RIS.

Lesautolease.nl

— Advertentie —

Voor de professionalisering van de rijschoolbranche hebben de rijschoolbrancheverenigingen BOVAG, FAM en VRB een plan opgesteld, waarin ze een plaats hebben ingeruimd voor het CBR. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR eind 2018 aan de Landsadvocaat gevraagd om advies over de wettelijke mogelijkheden. Daarop heeft de Landsadvocaat aangegeven dat het geen wettelijke taak is voor het CBR om, op het vlak van rijbewijsopleidingen, rijscholen te certificeren en bestuurders en rijinstructeurs op te leiden.

"Wettelijke taak is er al"

Op basis van de uitspraak van de Landsadvocaat heeft het CBR ook naar de activiteiten voor de opleidingsmethodiek Rijopleiding in Stappen (RIS) gekeken. Naast het afnemen van RIS-examens en RIS-deeltoets 3, zijn dat het beheer van RIS-leermiddelen, de certificering en toezicht bij de opleidingsinstituten voor RIS-instructeurs en de praktijkbegeleiding van RIS-instructeurs voor de WRM-bevoegdheidspas. Hierbij trekt het CBR de conclusie dat deze activiteiten niet passen binnen de wettelijke taak, met uitzondering van het RIS-examen en RIS-deeltoets 3.

Daar is Gijs Kantelberg van De VerkeersAcademie het niet mee eens. "In het arrest van het kort geding dat we met de LBVI hadden aangespannen tegen het CBR en de Nederlandse staat, heeft de rechtbank geoordeeld dat de uitrol en de coordinatie van de RIS tot de wettelijke taak van het CBR behoren. En wel vanwege het maatschappelijke belang "verkeersveiligheid". Dus de wettelijke basis is er in mijn ogen al aanwezig." Om te oordelen of de landsadvocaat zich heeft gebogen op de juiste feiten heeft een aantal branchepartijen een wob-verzoek ingediend bij het CBR.

Ministerie: CBR mag door met de RIS

Dit dilemma stelt het CBR voor een uitdaging, omdat zij wel graag verder willen met de RIS. Daarom vond ook op dinsdag 7 mei in Leusden een gesprek plaats met zo’n dertig RIS-betrokkenen, waaronder o.a. de verschillende brancheverenigingen, opleiders, deskundigen, rijscholen en het Ministerie van I&W . Hierbij onderstreepten alle aanwezigen de toegevoegde waarde van de RIS. Daarom stelden enkele aanwezigen voor om te bekijken of de wettelijke kaders verruimd kunnen worden. Anderen wilden routes verkennen met diverse partijen, om ervoor te zorgen dat er een passend vervolg komt van de RIS. Met deze ideeën gaat het CBR nu aan de slag. Het ministerie heeft al laten weten dat het CBR wat hun betreft door mag gaan met de RIS.