Hoe gebruik je de airconditioning nu het best?

auto interieur

Het is warm buiten; zeg gerust heet! Maar gelukkig zijn de meeste auto’s tegenwoordig uitgerust met airconditioning. De meeste rijinstructeurs werken dan ook in een koele auto deze dagen, en gelukkig maar! Maar hoe gebruik je de airco nu efficiënt? En wat moet je nu wel of juist niet doen? Op de website van de ANWB zijn veel tips te vinden. Wij maakten een overzichtje.

De VerkeersAcademie

— Advertentie —

  1. Is het erg warm, zet dan voor vertrek eerst ramen en deuren open, zodat de grootste warmte weg kan en de aircocompressor minder hard hoeft te werken. Zet de airco niet te koud, anders wordt de overgang tussen binnen en buiten wel erg groot. Een behaaglijke temperatuur ligt tussen de 20 en 23 graden. Een te koude airco geeft daarnaast ijskoude luchtstromen en zorgt daarmee vaak voor verkoudheden.

  2. Als je de recirculatiestand gebruikt, bijvoorbeeld om de stinkende uitlaatwalm van je voorligger niet binnen te krijgen, doe dit dan niet te lang. Na verloop van tijd kan de lucht in het interieur muf worden omdat er geen frisse, zuurstofrijke lucht in de auto komt. Schakel de airco zo’n tien minuten voor je op uw bestemming aankomt uit. Er zit dan minder vocht op of in de omgeving van de verdamper in het aircosysteem. Daarmee maak je de kans op vieze luchtjes kleiner.

  3. Schrik niet als er een waterplas onder de auto ligt. Niks aan de hand: het is condenswater dat via de verdamper wordt afgevoerd. Zet de airco minimaal één keer per week tien minuten aan. Dit voorkomt lekkages door uitdroging van pakkingen en afdichtingen en het gaat onaangename geurvorming tegen.

  4.  Een airconditioning kost motorvermogen. Pas dus op met het gebruik hiervan als de auto hard moet werken, bijvoorbeeld in de bergen. Zet hem tijdelijk uit om oververhitting van de motor te voorkomen. Zeem de ramen aan de binnenkant wat vaker. Die willen wel eens vettig worden bij aircogebruik. En houd de luchtinlaten vrij van blad en vuil. Dit voorkomt verstopping van het systeem.

  5. Gebruik bij een handmatige airco de bovenste uitstroomopeningen; dit zorgt voor optimale warmtecirculatie.

  6. Stel bij een volautomatische airco de temperatuur in (bijvoorbeeld tussen 21 en 23 graden) en activeer dan de automatische modus door het indrukken van de knop 'AUTO'. In de automatische modus verbruikt een airco een stuk minder dan wanneer je hem met de hand bedient.

  7. Het glasoppervlak van een auto kan een behoorlijke invloed hebben op het brandstofverbruik. Hoe meer glas, hoe meer opwarming door de zon. Voor veel auto’s is er optioneel een vorm van thermische isolatie leverbaar, bijvoorbeeld speciaal getinte ruiten (vanaf de B-stijl naar achteren) waarmee zonlicht geabsorbeerd of gereflecteerd kan worden. Minder opwarming betekent dat er minder koelcapaciteit van de airco nodig is en dus bespaar je brandstof.

  8. Ook als het koud en nat is, kun je de airco goed gebruiken. Niet alleen om de airco in goede conditie te houden, maar ook om de auto van binnen te drogen. Als de lucht vochtig is en er door kleding, schoenen en natte haren nog meer vocht de auto in komt, beslaan je ruiten al snel. Zet de airco aan in de recirculatiestand en schakel na verloop van tijd over op de gewone ontwaseming. De lucht in het interieur is dan snel droog en je ruiten niet langer beslagen.

Bron »