IBKI vindt WRM-praktijkbegeleiding géén ‘toneelstukje’

IBKI, het instituut voor examinering en certificering, vindt de vijfjaarlijks verplichte test ‘praktijkbegeleiding’ geen ‘toneelstukje’, zoals het door rijinstructeurs vaak wordt genoemd. Als het al een toneelstukje is, dan maken zij dat er zelf van door bijvoorbeeld hun partner mee te nemen, zegt Rob Sauvé, WRM-examinator bij IBKI. “Neem een eigen leerling mee, doe gewoon wat je altijd doet. Als dat goed is, dan raak je je WRM-bevoegdheid echt niet kwijt.”

Opleiding tot ADAS-instructeur bij De VerkeersAcademie

— Advertentie —

Wie die bevoegdheid wil houden moet elke vijf jaar bijscholing volgen. De bijscholing bestaat onder andere uit zes theoriedagdelen, waarbij in feite alleen aanwezigheidsplicht geldt. Daarnaast bestaat de bijscholing uit de praktische begeleiding, waar veel meer van afhangt. Haal je deze praktische begeleiding na een herkansing dus niet, dan ben je je bevoegdheid kwijt. “We proberen een deelnemer zo goed mogelijk op zijn gemak te stellen. Daarom mag je veel zelf bepalen. We spreken af waar je wilt, je kiest je eigen lesonderdeel - dat past bij de leerling - en je bepaalt vooral ook zelf wie die leerling is”, aldus Rob Sauvé. 

Doe gewoon

Vooral de praktijkbegeleiding wordt door rijschoolhouders vaak gezien als ‘een toneelstukje’. Als je deze praktijkbegeleiding de derde keer niet behaalt, ben je de WRM-bevoegdheid kwijt. Een behoorlijk zware maatregel. Niet volgens Rob Sauvé, WRM-examinator bij IBKI. “Doe gewoon wat je altijd doet. Als dat goed is, raak je de bevoegdheid echt niet kwijt.” 

Test

Veel rijinstructeurs nemen hun man, hun vrouw of een collega mee. Dat raadt Rob echter af. “Het toneelstukje waar velen het over hebben, creëren ze vaak zelf door hun eigen partner mee te nemen. Toneelspel werkt averechts. Juist als je een van je eigen leerlingen meeneemt, zal de les veel normaler verlopen. Een leerling komt met echte vragen, je partner heeft zijn rijbewijs al. Op die manier kun je niet bewijzen wat je als rijinstructeur kunt.” 

Protocol

Rijinstructeurs klagen over het protocol dat IBKI hanteert. “Alles draait om het protocol dat veel te vast ligt, IBKI moet er wat losser mee omgaan. Het gaat veel te veel terug naar ‘hoe je het ooit geleerd hebt’. Mensen met ervaring doe je op deze manier te kort”, zo zegt Bert de Weerd (Autorijschool Bert) uit Epe. Ook Ruud Rutten van de Federatie Autorijschool Management (FAM) heeft klachten. “Je wordt niet echt getest, het is een protocolletje uit je hoofd leren. Het gaat niet meer over kennis en kunde.”

Anderzijds zegt Frans Bastiaansen van BOVAG: “We hebben met z’n allen afgesproken dat instructeurs periodiek moeten worden getoetst en moeten aantonen dat ze niet alleen de basisvaardigheden nog beheersen, maar ook dat ze met hun tijd meegaan. Van hoog tot laag wil de hele branche een professioneler imago. Je weet van tevoren vrijwel exact wat je te wachten staat bij IBKI, dus op dat protocol kun je je ook voorbereiden. Dat een instructeur zijn bevoegdheid kwijtraakt als hij niet aan de minimumeisen voldoet, lijkt ons niet meer dan een normaal gevolg. Anders zou het ook niet eerlijk zijn tegenover degene die wél aan de eisen voldoet.”

Er bestaat blijkbaar verwarring over het protocol dat IBKI handhaaft. Rob Sauvé zegt daar het volgende over: “Iedereen heeft het steeds over dat protocol, natuurlijk zijn er punten waar wij naar kijken. Maar dat zijn gewoon alle punten die in een normale leeromgeving van belang zijn. We bekijken en beschrijven, dat is het enige. Sommige mensen hebben het idee dat iets niet mag of dat ze sommige dingen niet mogen zeggen, maar dat is helemaal niet waar. Doe gewoon wat je altijd doet en juist datgene dat bij de leerling past.” 

Inleveren

Voor sommige rijinstructeurs kan het niet behalen van de praktijkbegeleiding grote gevolgen hebben. “Ik heb het liefst ook dat ik alleen maar mensen blij kan maken de hele dag. We zijn op de hoogte van de grote gevolgen die het niet behalen met zich meebrengt, daarom gaan we bij een herkansing met z’n tweeën beoordelen, om geen foute keuzes te maken”, zo zegt Sauvé. Bert de Weerd daarentegen denkt dat het IBKI helemaal niet zoveel nadenkt over de gevolgen. “Je raakt direct je inkomen kwijt. Iedereen kan invullen wat voor grote persoonlijke gevolgen dat heeft. Het is slechts een momentopname.” Toch is Rob Sauvé het daar niet mee eens. “Natuurlijk ben je zenuwachtig, maar daarom beginnen we met een kennismakingsgesprek en mag je daarna de begeleiding twee keer doen. Daarnaast maken veel mensen een grote vergissing. Ze denken dat ze kunnen zakken op één punt, dat klopt gewoonweg niet. Er zijn een heleboel punten die je kunt behalen en als jij bijvoorbeeld nog nooit van je leven een demonstratie hebt gegeven, wil dat niet zeggen dat je daar nu op zakt." 

Doel

Rob Sauvé: “Iedere rijinstructeur vindt dat hij het goed doet. Toch hoor je veel instructeurs over anderen klagen. De enige manier om te beoordelen of de instructeurs het ook écht goed of fout doen, is met behulp van dit examen.” Ook andere partijen zijn er over eens dat er controle moet zijn. Ruud Rutten (FAM) vind dat er ergens een sanctie moet zijn, maar dat instructeurs ook de kans moeten krijgen zich bij te scholen. Meningen zijn blijkbaar nog steeds verdeelt, maar WRM-begeleiding is volgens Sauvé géén toneelstuk. Het gemeenschappelijk doel is voor iedereen wél duidelijk: het handhaven van de verkeersveiligheid. En ook om die reden houdt Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) de huidige regels betreft WRM-praktijkbegeleiding in stand.