Lesauto's volgend jaar toch duurder door stijgende BPM

peter claassen

Vanaf volgend jaar wordt er structureel 200 miljoen euro meer betaald aan bpm, de belasting op de aanschaf van nieuwe auto's. Dat komt door de invoering van een nieuwe uitstoottest voor personenauto's.

VERJO

— Advertentie —

Dat blijkt uit onderzoek van KPMG in opdracht van RAI Vereniging en Bovag. Tot half 2020 is er sprake van een incidentele bpm-stijging van in totaal 600 miljoen euro. 

CO2 valt hoger uit

De bpm is de aanschafbelasting op personenauto's en motoren. Sinds 2013 is de belasting vrijwel geheel gebaseerd op CO2-uitstoot. Daar was een meetmethode voor, NEDC, maar die wordt sinds september 2017 langzaam vervangen door de WLTP-emissietest. 

Die WLTP-emissietest geeft een eerlijker beeld van de werkelijke CO2-uitstoot. Het gevolg van dat nieuwe systeem is wel dat de gemeten CO2-waarde hoger uitvalt. Omdat op die waarden de bpm wordt berekend, stijgt de gemiddelde bpm. 

600 miljoen euro naar staatskas

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën heeft toegezegd vanaf 1 juli 2020 de bpm-tabel op de nieuwe waarden aan te passen, zodat autokopers uiteindelijk niet duurder uit zouden zijn. Tot die tijd is er sprake van een overgangsperiode. In die overgangsperiode gaat er ruim 600 miljoen euro extra bpm naar de schatkist, berekent KPMG.

Belangenorganisaties Bovag en RAI willen nu dat de aangekondigde bpm-tabellen worden aangepast.



"Niet door methode, maar auto's worden groter"

Volgens de woordvoerder kwam TNO op hele andere conclusies uit, namelijk dat de bpm-opbrengst sinds 2017 stijgt doordat auto's groter en vervuilender zijn en dus meer CO2 uitstoten. "Het kabinet betreurt het dat de gemiddelde CO2-uitstoot van nieuwe auto’s is gestegen maar het ligt niet voor de hand om een CO2-belasting als de BPM te verlagen omdat  nieuwe auto’s vervuilender worden. De vervuiler betaalt", zegt de woordvoerder.