‘Word een singletasker!’
Het is de meesten van ons niet gegeven om te kunnen multitasken. Zo blijkt uit onderzoek dat mensen die mobiel bellen tijdens het autorijden (ongeacht of dit handsfree is), qua rijvaardigheid te vergelijken zijn met iemand die rijdt onder zeer zware invloed van alcohol.
Waarom kunnen we niet echt multitasken?
Dit is het beste te illustreren aan de hand van een testje. Neem een stopwatch en meet eerst op hoe snel je van 1 tot 10 kunt tellen. Daarna doe je hetzelfde met het opnoemen van het alfabet A tot J. Tenslotte meet je op hoelang je erover doet om beide onderdelen tegelijk te doen, dus je telt van A tot J en van 1 tot 10: A,1, B, 2, C, 3 enz.
Waarschijnlijk heb je gemerkt dat de derde opdracht veel meer tijd kost dan de eerste twee opdrachten. Ons werkgeheugen, de tijdelijke opslagplaats van taak-relevante informatie in de hersenen (het korte termijn geheugen), stelt ons in staat om iets met aandacht te doen. Het werkgeheugen regelt dat we ons kunnen concentreren, maar kan daarbij maar één ding tegelijk in de aandacht hebben. Moet het werkgeheugen meer onthouden, dan gaat het schakelen tussen de één en de andere taak. Met de twee reeksen in het voorbeeld moet het werkgeheugen telkens schakelen tussen het onthouden van de huidige letter en het huidige cijfer en dat kost moeite. Evident is dat het werkgeheugen bij ingewikkelde opdrachten of continue interrupties ook verstoord raakt.
Multitasken maakt impulsiever en sensatiebeluster
Mensen die met meerdere dingen tegelijk proberen bezig te zijn of van alles doorelkaar doen, blijken een kortere aandacht spanne te hebben, zijn sneller afgeleid, kunnen minder goed redeneren, zijn minder precies, onthouden minder details, maken fouten en hebben een kleiner werkgeheugen. Ook de persoonlijkheid heeft er onder te leiden; we worden er impulsiever en sensatiebeluster van. En wie zo te werk gaat heeft per nacht ook nog eens 20 minuten meer slaap nodig!
Kunnen we helemaal nooit multitasken?
Wij kunnen wel meerdere taken tegelijkertijd verrichten zolang die taken worden uitgevoerd door aparte hersengebieden, die los van elkaar opereren. We onderscheiden de visuele, auditieve, vocale, motorische hersengebieden en de cognitieve hersengebieden, zoals het werkgeheugen en het lange termijn geheugen. Je kunt bijvoorbeeld goed tot 10 tellen, terwijl je met je vinger op de tafel mee tikt. Deze handelingen doen een beroep op het motorische hersengebied, het vocale hersengebied en het werkgeheugen en dat kan prima simultaan gaan. Het gaat pas fout als er twee taken tegelijk een beroep doen op de cognitieve hersengebieden. Aan twee dingen tegelijk denken gaat niet.
Maar het ligt genuanceerd. Neem autorijden en bellen. Uit onderzoek blijkt dat mensen die mobiel bellen tijdens het autorijden (ongeacht of dit handsfree is), qua rijvaardigheid te vergelijken zijn met iemand die rijdt onder zeer zware invloed van alcohol. Ze zien en horen minder, rijden vaker per ongeluk door rood en reageren trager. Maar op lege wegen zonder lastige verkeerssituaties hoef je je werkgeheugen niet te gebruiken voor het verkeer, maar alleen voor het bellen en dan kun je in principe, volgens de deskundigen, wel bellen en autorijden tegelijk.
Verder blijkt uit onderzoek dat, als we op de automatische piloot werken, we breinkracht over hebben en beter in staat zijn om twee dingen te combineren. Ook blijken onze genen invloed uit te oefenen op ons vermogen tot multitasken. Een enkeling beschikt over een zogeheten 'supertask-gen', een aangeboren duizendpoot.
Ga oefenen!
Ga oefenen met singletasken! Eén ding tegelijk doen en pas naar de volgende klus als je de vorige afhebt. Komen er tijdens het uitvoeren van een taak gedachten op aan andere taken, parkeer deze dan door te noteren wat je wilt onthouden. En af en toe tussendoor een rustmoment inbouwen helpt om niet als een gek door te hollen.
Bron: Mr.
