CBR voert maatregelen in voor professionalisering rijschoolbranche
Per 1 februari a.s. wijzigt het CBR de toelatingseisen voor opleiders en het sanctiebeleid. Met de maatregelen worden, onder andere, de toelatingseisen voor opleiders aangescherpt. Vanaf 1 februari 2019 moet er sprake zijn van een unieke inschrijving bij het CBR. Ook wordt het sanctiereglement uitgebreid met ‘gedragsregels’.
Het CBR neemt de maatregelen in samenspraak met de brancheorganisaties BOVAG, FAM en VRB en ondersteunt zo de rijschoolbranche bij de gewenste professionalisering. Eind december is het ministerie per brief geïnformeerd over de maatregelen.
Unieke inschrijving
Eén van de maatregelen is het aanscherpen van de toelatingseisen voor opleiders. Vanaf 1 februari 2019 moet er sprake zijn van een unieke inschrijving bij het CBR. Op deze manier zet het CBR zich in tegen de zogenaamde ‘spookrijscholen’ die door meerdere inschrijvingen de slagingspercentages kunstmatig hoog houden. Opleiders krijgen 6 maanden de tijd om te voldoen aan de nieuwe eisen.
Gedragsregels
Tegelijkertijd breidt het CBR het bestaande sanctiereglement uit met ‘gedragsregels’. Deze zijn erop gericht dat alle bezoekers van examenlocaties respectvol met elkaar omgaan. Daarnaast moeten ze het juiste gebruik van het reserveringssysteem bevorderen.
Derde maatregel
Een derde maatregel zal medio 2019 worden doorgevoerd, namelijk het machtigen van opleiders door kandidaten bij het aanvragen van theorie-examen B. Deze maatregel ligt in lijn met de eerder ingevoerde machtiging bij het praktijkexamen B en is bedoeld om de transparantie voor de consument te vergroten. De invoering van deze maatregel wordt nog verder afgestemd met de rijschoolbranche.
