KNMV tegen "echte" leerling tijdens praktijkbegeleiding
Motorrijdersvereniging KNMV is de eerste instantie geweest die gereageerd heeft op de internetconsultatie inzake de Regeling Rijonderricht Motorrijtuigen (RRM). Hun bezwaar is gericht op het gebruik van een echte leerling tijdens de praktijkbegeleiding.
Voorgesteld wordt dat een instructeur die de praktijkbegeleidingstoets (PB) wil afleggen alleen maar met een ‘echte’ leerling (zonder rijbewijs) de toets mag afleggen. De achterliggende gedachte bij deze verzwarende voorwaarde is om het zogenaamde 'toneelstukje' met een rijbewijsbezitter (collega) te voorkomen.Dat toneelstukje is een enorm bezwaar binnen de branche. Vandaar dat IBKI maatregelen heeft voorgesteld om de praktijkbegeleiding ook praktijkgericht te laten zijn.
Uit de comfortzone
Voor deze groep instructeurs wordt het volgens de KNMV in de nieuwe regeling zeer ingewikkeld om te voldoen aan de nieuwe gestelde eisen van een praktijkbegeleiding. Gedoeld wordt op het beschikken over een leerling zonder rijbewijs. Volgens de KNMV sluit het ook niet aan bij de dagelijkse werkzaamheden. De rijinstructeur wordt hiermee onnodig uit zijn comfortzone wordt gehaald.
Kostenverhogend
Dat leidt volgens de KNMV tot een enorme verzwaring met de daarbij behorende extra kosten om de praktijktoets af te leggen. Daarom doet de vereniging het volgende voorstel: de eis van een zgn. rijbewijs-leerling te laten vervallen, maar wel het voorstel om het lesonderwerp aan de hand van een instructievorderingenkaart of toetsing aanvangsniveau, te laten bepalen door de examinator.
