Rijopleiders voorzien problemen met stageplaatsen door nieuwe WRM

Bovag-rijscholen

Tot gisteren, 6 november, kon iedereen reageren op de wijzigingen van de WRM die in het nieuwe jaar moeten ingaan. Een probleem dat er bovenuit sprong: de wijzigingen omtrent de stage-begeleiding. Rijschoolvandaag.nl licht dit probleem uit aan de hand van een van de consultatie-brieven.

VekaBest verkeersleermiddelen

— Advertentie —

Van alle (niet anonieme) reacties was er eentje die vaak voorkwam, namelijk bezwaar tegen de nieuwe stage-eisen. Er worden, in de gewijzigde WRM, strengere voorwaarden gesteld aan de stagementor. Zo moet de mentor nu vijf jaar ervaring hebben in plaats van drie jaar en hij of zij moet een aanvullende bijscholing stagementor gaan volgen. Daarnaast is de invulling van de passieve stage aangepast. In de vijf uren passieve stage moet één keer een praktijkexamen of tussentijdse toets van een leerling bij het CBR worden bijgewoond. Ook worden de lesonderwerpen tijdens de stagebeoordeling voortaan door de examinator van IBKI bepaald.

De overheid houdt de stage tegen het licht omdat in de praktijk de wettelijke verdeling van de passieve en actieve stage-uren niet altijd wordt nageleefd en de stagiair alle voorkomende lesonderwerpen zou moeten kennen. Niet alleen het lesonderwerp dat tijdens de stage-beoordeling aan bod komt. In de praktijk gebeurt dit volgens de overheid niet altijd.

Voorziene problemen

Een van de online consultaties is van Wilko Lenoir, van Lenoir Opleidingen. Hij geeft in zijn reactie aan problemen te voorzien bij dit stage-traject. Hij verwoordt dat als volgt:

‘Op zich onderken ik de meerwaarde van het bijwonen van een TTT of een CBR examen en erken ik ook de meerwaarde van een ervaren rijinstructeur tijdens de stage. In de praktijk vrees ik dat er veel van de huidige, goedwillende stagementoren gaan afhaken, waardoor meer stagiaires hun heil moeten gaan zoeken bij stagementoren die van de stage een verdienmodel maken. Dit lijkt me een ongewenste situatie.’

"Meer stagiaires moeten hun heil gaan zoeken bij stagementoren die van de stage een verdienmodel maken. Dit lijkt me een ongewenste situatie."

Drie groepen

Lenoir verdeelt de stagementoren in drie groepen. ‘Na jarenlange ervaring als opleider kan ik zeggen dat de stagementoren grofweg te verdelen zijn in 3 groepen.’

  1. De rijschool die een stagiair stage laat lopen, met als doel om na de stage de stagiair aan zich te binden als werknemer / ZZP’er 2. 
  2. De rijschool die graag een stagiair wil helpen bij een kwalitatief goede stage. In veel gevallen is de stagiair een bekende/kennis van de rijinstructeur. 
  3. De rijschool/rijinstructeur die de stage ziet als een verdienmodel. Het doel van deze groep is hoofdzakelijk winstbejag. Misstanden zoals die tegenwoordig voorkomen tijdens de stage komen relatief vaak voor bij deze groep.
Toelichting groepen

Hij denkt dat het door de extra eisen voor groep één moeilijker zal zijn om de stagiair door verschillende stagementoren te laten begeleiden.

Lenoir schrijft verder dat de stage-mentoren in groep twee vooral zullen afhaken. ‘Deze groep is vaak erg op kwaliteit gericht en ze kiezen vaak gericht bijscholingen waar ze zelf een betere rijinstructeur van worden. In veel gevallen zal dit niet stagementor zijn. Daarnaast zal deze groep niet graag een stagiair mee laat gaan tijdens een TTT of een CBR examen (navraag bij diverse stagementoren uit deze groep bevestigd dit). Dit is voor hen en hun leerling vaak een te belangrijk moment in de opleiding om dit door een stagiair te laten uitvoeren.’ 

De derde groep zal zeker de bijscholing stagementor volgen, maar alleen omdat ze hier een verdienmodel in zien. ‘Zij zullen zorgen dat ze wettelijk in orde zijn, maar gaan daarna verder met hun verdienmodel, waardoor misstanden zullen blijven bestaan. Te denken valt aan het vragen van woekerprijzen voor een stageplaats of het omwisselen van plaats tijdens een actieve stage les, waardoor de stagiair alleen de eerste en de laatste 5 minuten van de les actief lesgeeft. (De IBKI controleur controleert in de praktijk immers alleen het begin en het eindmoment van de les)’ 

Andere reacties

D. Feiken uit Nijkerkerveen heeft ook bezwaar tegen de wijzigingen. Hij zegt het volgende:

'De opleiding tot rijinstructeur is een kostbare aangelegenheid. Bijkomende kosten zijn de stage. Stageplaatsen zijn moeilijk te vinden en als ze al te vinden zijn dan is het een dure aangelegenheid. ( c.a 800 euro) Door de norm naar 5 jaar in bezit van een pas en een verplichte opleiding te leggen wordt het vinden van een stageplek nog duurder en waarschijnlijk nog moeilijker om te vinden. Instructeurs die in bezit zijn van een pas hebben de ‘ overeenkomst’ dat men na drie jaar stage mogen geven. Wat gaat er met deze groep gebeuren of geldt deze
regeling alleen voor de studenten die afstuderen na het ingaan van deze regeling?'

Stoppen met stage aanbieden

John van den Kieboom, rijschoolhouder uit Steenbergen voorziet ook de negatieve gevolgen rondom de stage. "Het meerijden met examens en TTT's heb ik tijdens mijn stage best gemist. Maar nu gaat u er een derde partij in betrekken. Namelijk de betalende rijschoolleerling. Dat zal voor de toch al kleine groep rijscholen die stageplaatsen aanbiedt wel eens de reden kunnen zijn daarmee te stoppen. U vergeet denk ik dat u hier te maken heeft met een commerciële branche. Daar is de klant koning."

Rijschool Buit uit Nieuwleusen vindt de wijzigingen wel een goede zaak. 

'Het lijkt mij goed om als instroomeis voor aankomend rijinstructeurs een minimale rijbevoegdheid van 5 jaar te hanteren. Het is vreemd dat voor coaches voor 2 to Drive wel deze eis wordt gevolgd, en dat aankomend rij instructeurs zonder enige rijervaring zouden mogen lesgeven.'

Alle openbare internet consultaties over de WRM wijzigingen zijn hier te lezen.